« Terug

TAAKDIFFERENTIATIE: impact en oplossingsmogelijkheden

Headerfoto-Blog-JK-Taakdifferentiatie.png09 apr

In mijn eerdere blog concludeerde ik dat taakdifferentiatie in potentie een echte ‘gamechanger’ is. Ik heb betoogd dat taakdifferentiatie momentum biedt om als veiligheidsregio stappen te gaan maken in het toekomstbestendig inrichten van de repressieve brandweerzorg. In deze vijfde en tevens laatste blog van onze serie over taakdifferentiatie ga ik in op de vraag welke impact taakdifferentiatie gaat hebben en hoe je hier als veiligheidsregio op kunt anticiperen.

De denkrichting die is aangeboden aan de nieuwe minister van Justitie en Veiligheid (JenV), gaat uit van een aantal principes. Nog even in het kort:

  • het aantal specialismen wordt gemaximaliseerd voor vrijwilligers en geminimaliseerd voor beroepsmedewerkers;
  • beroepsmedewerkers moeten meer niet-repressieve taken uitvoeren;
  • vrijwilligers kunnen niet meer verplicht worden om beschikbaar te zijn door middel van kazernering en consignering.

Dat dit impact gaat hebben, staat buiten kijf. Waar het precies gaat schuren, zal moeten blijken. Ervan uitgaande dat de huidige denkrichting gesteund wordt door de nieuwe minister van JenV, heeft dit in ieder geval impact op de volgende gebieden:

  1. Identiteit en cultuur. Grote zorg van onder andere de vakvereniging Brandweer Vrijwilligers (VBV) is dat er straks een tweedeling zal ontstaan tussen eersterangs en tweederangs brandweermensen. Ik denk dat de VBV hier zeker een punt heeft. Branden en ongevallen maken nu eenmaal geen onderscheid tussen beroeps en vrijwillig en komen net zo goed voor in gebieden met kazernes die alleen door vrijwilligers bemenst worden. Het feit dat je als vrijwilliger slechts een deel van ‘het echte werk’ mag uitvoeren doet iets met betrokkenheid en draagvlak, terwijl dit commitment (vaak gegroeid van generatie op generatie) juist zo’n belangrijke drager is van de vrijwillige brandweercultuur in Nederland. Het Veiligheidsberaad verwacht dan ook dat een deel van de huidige vrijwilligerspopulatie zal vertrekken (zie ‘inzicht in consequenties denkrichting’, Veiligheidsberaad, 2021). Er is ook een andere kant. Onderzoek onder potentiële brandweervrijwilligers wijst uit dat taakdifferentiatie juist drempelverlagend kan zijn om bij de brandweer aan de slag te gaan (zie onderzoek: Brandweervrijwilliger, waarom niet? – Zijlema, 2019). Opleidingsduur is met een compacte basis namelijk korter, waardoor je dus als vrijwilliger sneller kan ‘brandweren’ en opleidingsvereisten zijn minder omvangrijk dan in het huidige stelsel.
  2. Personeel en organisatie. Het systeem van de repressieve brandweerzorg zal voor 30% van de kazernes in Nederland (ruim 280 kazernes!) op de schop moeten. En dan heb ik het nog niet eens over het feit dat de koude taken (zoals bijv. voorlichting brandveiligheid) waarschijnlijk niet meer door brandweervrijwilligers mogen worden uitgevoerd. Dat betekent dat veel regio’s in Nederland een serieuze uitdaging hebben om deze verschuiving de komende jaren in beeld te brengen en stapsgewijs door te voeren. Verschuiving van taken geeft opgaven op tal van gebieden: aanstellingen, bijscholingen, roostering etc. etc. Berekend is dat deze ‘operatie’ op landelijk niveau minimaal €75 miljoen zal kosten. Exacte omvang en complexiteit verschilt per regio. Zo zijn er regio’s voor wie de consequenties beperkt zijn, terwijl andere regio’s echt een serieuze uitdaging hebben om de impact van taakdifferentiatie in de organisatie en bemensing van de repressie, door te voeren.
  3. Vakbekwaamheid. Als gevolg van de COVID-19 crisis staat het opleiden en oefenen in veel regio’s inmiddels al weer ruim een jaar op een laag pitje. En dat terwijl er op veel plekken in het land vóór corona extra leergangen gestart zijn om de bemensing van de repressieve brandweerzorg op pijl te houden (vanwege maatschappelijke tendens van kortere doorlooptijd vrijwilligers i.c.m. uittreding van babyboomgeneratie). Met taakdifferentiatie in het vizier, verwacht ik dat de druk op Vakbekwaamheid de komende jaren alleen maar zal toenemen: er moeten achterstanden worden weggewerkt én er ligt een bijscholingsopgave (van met name beroepsmedewerkers) op het gebied van specialismen in het verschiet.
  4. Huisvesting en materieel. In lijn met de personele en organisatorische consequenties is er ook een grote impact op het terrein van huisvesting en materieel te verwachten. Veel kazernes zijn niet berekend op een verschuiving van taken. Dit werkt aan twee kanten door. Op vrijwillige kazernes met specialistische taken zullen taken en dus voertuigen verdwijnen en ontstaat er leegstand. Dit komt bovenop de leegstand die in menig kazerne is ontstaan na de regionalisering. Daarnaast zijn veel beroepskazernes niet berekend op extra taken. Dit heeft consequenties voor stallingsruimte, werkplaatsen, kantoorwerkplekken én andere functies (rond de repressie) die veelal op deze beroepskazernes zijn gevestigd.

Maar wat nú?

Als adviseur kan ik het niet laten om mee te denken hoe je als veiligheidsregio kunt anticiperen op de komende veranderingen. Hierbij ben ik me er van bewust dat de impact – en dus ook de oplossingsrichtingen – uiteindelijk verschillend zijn per regio. Er is daarom niet een kant-en-klare oplossing of een ‘7-stappenplan naar een succesvolle implementatie van taakdifferentiatie’. Wel benoem ik graag een aantal haakjes die rond het gesprek over de gevolgen van taakdifferentiatie zeker aan bod zouden moeten komen.

1.      Ontwikkel een integrale en toekomstgerichte ambitie. In de adviespraktijk van alle dag valt het me vaak op dat de repressieve brandweerzorg in Nederland een systeem is met veel afhankelijkheid en samenhang. Verander je iets op één onderdeel dan werkt dit door in het hele systeem. Tegelijkertijd kom ik nog steeds veel plannen en visies tegen die sec gaan over óf huisvesting, óf repressie óf vakbekwaamheid. Of plannen die alleen hoog-over duiden wat de samenhang is tussen de verschillende taakvelden en waar niemand echt op tegen kan zijn. Maar dus ook weinig richtinggevend zijn... Met de opgave die nu voorligt, is deze manier van werken slechts een doekje voor het bloeden. Ik ben ervan overtuigd dat regio’s een ambitie moeten formuleren die richting gaat geven én tegelijkertijd houvast biedt om de organisatie door deze fase van transitie heen te begeleiden. Waarin ook de grote dossiers (die ik in mijn vorige blog benoemd hebt) een volwaardige plek gaan krijgen. Alleen met deze ambitie kan het draagvlak voor vernieuwing dat er nu is bij veel bestuurders en ook medewerkers daadwerkelijk voor langere tijd bestendigd worden. En dat is geen luxe, maar absolute voorwaarde om de weg naar vernieuwing in te slaan.

Ik ben ervan overtuigd dat regio’s een ambitie moeten formuleren die richting gaat geven én tegelijkertijd houvast biedt om de organisatie door deze fase van transitie heen te begeleiden.

2.      Investeer in slimmer opleiden en oefenen. Zoals eerder benoemd voorzie ik de komende jaren een flinke druk op het opleiden en oefenen. Dit daagt de vakbekwaamheidsafdelingen uit om qua ontwikkeltempo te versnellen. Afgelopen jaren heb ik als adviseur een bijdrage mogen leveren bij veel regio’s in het professionaliseren van het vakbekwaam worden en blijven: de branchestandaarden zijn in de plaats gekomen van de leidraad oefenen, het begrip ‘aantoonbare vakbekwaamheid’ krijgt steeds meer vorm en inhoud én het digitaal / online leren raakt steeds meer ingeburgerd (geholpen door de COVID-19 crisis). Toch denk ik dat deze stappen onvoldoende zijn om de impact van taakdifferentiatie op te vangen. Meer creativiteit én effectiviteit is nodig. Ik zie hiervoor allerlei kansen en mogelijkheden. Ik noem er een paar:

  • het anders inrichten van opleidingen (lees: verkorten van opleidingsduur) door slimmer te plannen en te organiseren. Bijkomend voordeel: hiermee wordt ook meer aangesloten bij de behoefte van potentiële vrijwilligers aan meer flexibiliteit.
  • het inzetten van digitale leermiddelen zodat het bereik van onderwijzend personeel groter wordt. Denk bijvoorbeeld aan specialistische instructeurs die met dezelfde hoeveelheid tijd en inspanning via interactieve online sessies een veelvoud aan medewerkers kunnen opleiden en trainen.
  • gerichte ontwikkeling van ‘de vakbekwaamheid van Vakbekwaam’ waardoor de impact van de vakbekwaamheidsmedewerkers zal toenemen. Advante heeft hiervoor een programma ontwikkeld dat medewerkers Vakbekwaamheid hierbij helpt.

3.      Zet in op herontwerp en verduurzaming van huisvesting. Veel regio’s stoeien al sinds de regionalisering met hun huisvesting: kazernes die qua dekking eigenlijk op de verkeerde plek staan en kazernes die na verschuiving van personeel grotendeels leeg staan. Taakdifferentiatie zal deze onbalans waarschijnlijk verder versterken. Tegelijkertijd zijn er veel kazernes in Nederland die inmiddels aan grootschalige renovatie of nieuwbouw toe zijn. Taakdifferentiatie biedt momentum om door te pakken op deze huisvestingsvraagstukken én om een nieuwe, meer duurzame koers in te zetten. Advante is inmiddels betrokken bij verschillende trajecten waarbij de repressieve brandweerzorg op een nieuwe manier wordt ontworpen. Gelukkig ook van scratch af aan. Welke repressieve modellen zijn mogelijk (ook passend binnen de kaders van taakdifferentiatie en rekening houdend met hoe de brandweerzorg historisch is ontstaan en gegroeid)? En wat betekent dit voor de spreiding van materieel en de positionering van kazernes? Voor ons bieden deze projecten uitgelezen kansen om onze ambities op het gebied van duurzaamheid concreet te maken in de vorm van:

  • duurzame gebouwen (modulair en circulair waardoor je ook als veiligheidsregio richting de toekomst flexibel kunt meebewegen met wat repressief nodig is)
  • duurzame paraatheid (met flexplekken voor ‘opstappers’)
  • duurzame relaties (niet alleen intern, maar ook met de omgeving en het netwerk van veiligheidspartners)
  • duurzame ontwikkeling (aantrekkelijke plekken om te werken en te leren). 

Met deze en de eerder gepubliceerde blogs hebben we met veel plezier vanuit verschillende perspectieven bijgedragen aan verrijking van het debat rond taakdifferentiatie. We hopen dat het ‘progressive insights’ heeft opgeleverd die aanzetten tot actie. Nieuwsgierig naar de hele blogserie? Klik dan hier. Als adviespartner denken en werken we graag mee bij het toekomstbestendig inrichten van de (repressieve) brandweerzorg in Nederland. Benieuwd hoe we waarde toevoegen? Ik kom graag in contact!

Neem contact op met mij

Over Jan Kees

Jan Kees is als organisatieadviseur van Advante inmiddels ruim 12 jaar betrokken bij allerlei inrichtings- en verandervraagstukken, voornamelijk in het veiligheidsregio- en brandweer domein. Hij doet dat met veel energie, nieuwsgierigheid en overtuigingskracht. Sinds 2019 combineert hij de rol van organisatieadviseur met het leiding geven aan het team van adviseurs van Advante.

« Terug

Scroll naar boven