« Terug

Taakdifferentiatie: 'gamechanger' of niet?!

Taakdifferentiatie Veiligheidsregio JanKees16 mrt

Taakdifferentiatie is momenteel een ‘hot topic’ binnen de brandweer. Onlangs zijn de contouren van de ‘denkrichting’ van het Veiligheidsberaad besproken met de minister van Justitie en Veiligheid. Een besluit over de vervolgstappen wordt doorgeschoven naar het nieuwe kabinet. Ondertussen ben ik als organisatieadviseur vooral benieuwd naar de vraag hoe veiligheidsregio’s hier straks op in gaan spelen. Een aantal dagen geleden heeft collega Joris Bobeldijk in een blog een aantal belangrijke aspecten rond taakdifferentiatie uitgelicht en heeft hij ook een alternatieve oplossing beargumenteerd. Is taakdifferentiatie een storm in een glas water of gaat het echt bepalend zijn voor hoe de brandweerzorg in Nederland de komende jaren gaat veranderen? In deze blog zet ik uiteen hoe ik hier naar kijk. Ik doe dit vanuit mijn rol als adviespartner van veiligheidsregio’s.

Even uitzoomen, belangrijke kanttekening vooraf

Taakdifferentiatie is momenteel ‘hot’, maar er spelen nog veel meer ontwikkelingen die impact gaan hebben op hoe de brandweerzorg in Nederland zich de komende jaren gaat ontwikkelen. Zo lopen de ontwikkelingen en gesprekken met de bonden over de rechtspositie van het personeel van veiligheidsregio’s (o.a. vanuit wet normalisering rechtspositie ambtenaren - Wnra) en de gevolgen van het tweede loopbaanbeleid (komende jaren gaat de eerste golf van repressief beroepspersoneel ‘verplicht’ uittreden). Maar ook de ontwikkelingen rond vrijwilligheid: het aantal vrijwilligers neemt verder af en de behoeften van vrijwilligers zijn met de instroom van een nieuwe generatie, echt anders dan 10 jaar geleden. Verder staat ook de verandering naar gebiedsgerichte opkomsttijden voor de deur. En recent hebben we de evaluatie Wet veiligheidsregio’s waarin wordt opgeroepen om een duidelijker onderscheid te maken tussen crisisbeheersing en Brandweerzorg. Allemaal ontwikkelingen die elkaar (deels) overlappen en de vraag opwerpen hoe je daar als regio mee om wilt en kunt gaan.

Echte vernieuwing vereist draagvlak én durf

De repressieve brandweerzorg in Nederland is grotendeels historisch bepaald en stevig ingebed in de lokale cultuur. Dan heb ik het niet alleen over de inzet van de vele vrijwilligers (ongeveer 80% van het personeelsbestand van veiligheidsregio’s bestaat uit vrijwilligers). Ook de beroepsbrandweerzorg in Nederland is qua organisatievorm al jaren betrekkelijk ‘klassiek’ ingericht (zie onderzoek Brandweeracademie 2019: de beroepsbrandweer – organisatievormen). In mijn werk als organisatieadviseur zie ik dagelijks hoe complex het is om structurele veranderingen door te voeren op het terrein van repressieve brandweerzorg. Echte vernieuwing vereist draagvlak én durf. Waarom? Omdat doorontwikkeling naast een stevige inhoudelijke opgave (alles hangt met elkaar samen) vooral ook een verandervraagstuk is, juist omdat de repressieve brandweerzorg in Nederland zo stevig verankerd is.

Zo bezien is taakdifferentiatie in combinatie met de andere ontwikkelingen in ieder geval in potentie een echte ‘gamechanger’. Maar zien ‘beslissers’ van veiligheidsregio’s dit ook zo?

Hoe hier van ‘binnenuit’ naar gekeken wordt

Het Veiligheidsberaad en de minister van Justitie en Veiligheid (JenV) hebben in 2019 een denktank ingesteld om de koers van taakdifferentiatie voor te bereiden en uit te werken. Als onderdeel van de opdracht is een denkrichting ontwikkeld. Alle regio’s zijn gevraagd om de organisatorische, juridische en financiële consequenties van de denkrichting in kaart te brengen. Daarnaast is een belevingsonderzoek uitgevoerd hoe repressief brandweerpersoneel kijkt naar de ontwikkelingen die op stapel staan. Een paar highlights uit deze inventarisatie:

  • De denkrichting heeft consequenties voor het huidige repressieve model van tenminste 30% van de brandweerkazernes in Nederland. Dit betekent dat het veld verwacht dat de wijze waarop de repressieve brandweerzorg in Nederland is geregeld, op veel plekken anders ingericht / ingevuld zal moeten worden.
  • Voorzien wordt dat wijzigingen (zoals bijvoorbeeld het aanmerken van vrijwilligers als parttime beroeps) sowieso gaan knellen met de huidige kaders van Arbeidstijdenwet en – besluit. Er wordt daarom met klem gevraagd om de huidige wet- en regelgeving hierop aan te passen.
  • Veiligheidsregio’s hebben de structurele meerkosten geschat op tenminste € 75 miljoen per jaar. Meerkosten zouden door het Rijk gedragen moeten worden.
  • Taakdifferentiatie als thema leeft onder medewerkers en er is bereidheid om te veranderen. Tegelijkertijd is er voor het huidige voorstel verdeling van specialismen en niet-repressieve taken geen duidelijke steun.

In het advies aan de minister wordt ingezet op randvoorwaarden creëren én tijd kopen om de voorgestelde veranderingen de komende jaren geleidelijk te implementeren. Toch is dit niet het hele verhaal.  Het geluid dat ik de afgelopen weken veelvuldig hoor is dat de voorgestelde oplossing vooral gezien wordt als een juridische oplossing voor een juridisch probleem dat in essentie de brandweer niet verder gaat helpen. En dat er andere, betere oplossingen zijn om dit juridische probleem te verhelpen. Afgelopen weekend nog publiceerden twee juristen een opiniestuk in Trouw waarin ze betoogden dat het ‘overhoop gooien van de vrijwillige brandweer’ juridisch gezien niet noodzakelijk is (Red de vrijwillige brandweer, Geerten Boogaard en Armin Cuyvers, Trouw 13 maart 2021).

Sinds een aantal jaar neemt de druk op de huidige inrichting van repressieve brandweerzorg in Nederland steeds meer toe. Ik hoor het letterlijk terug in gesprekken met directeuren veiligheidsregio’s en managers / hoofden Brandweerzorg: ‘we moeten bewegen om als organisatie toekomst-proof te blijven’.

Hoe ik hier van ‘buiten’ naar kijk

Sinds een aantal jaar neemt de druk op de huidige inrichting van repressieve brandweerzorg in Nederland steeds meer toe. Ik hoor het letterlijk terug in gesprekken met directeuren veiligheidsregio’s en managers / hoofden Brandweerzorg: ‘we moeten bewegen om als organisatie toekomst-proof te blijven’. Ook maatschappelijk gezien wordt de roep om te vernieuwen, steeds luider. Tegelijkertijd doe ik de nuchtere constatering dat de vernieuwingsdrang – behoudens visietrajecten (zoals ‘Brandweer over morgen’) en experimenten zoals variabele voertuigbezetting – tot nu toe beperkt is gebleven. Niet in de laatste plaats omdat veel bestuurders – met Amsterdam nog vers in het geheugen – rust binnen de (beroeps)ploegen tot prioriteit hebben verheven. Kennelijk is tot op heden de druk om te vernieuwen nog niet groot genoeg en ontbreekt het nog aan durf en/of draagvlak.

De vraag is of de nieuwe minister door gaat pakken op de huidige denkrichting nu tegenstanders zich steeds nadrukkelijker profileren en de gelederen binnen de brandweer niet gesloten blijken. Kijkend naar de denkrichting die nu voorligt en het spel dat in het besluitvormingsproces gespeeld wordt, durf ik te betwijfelen of taakdifferentiatie een echte ‘gamechanger’ gaat worden. Ik zie dat veel veiligheidsregio’s afwachten in plaats van een stap naar voren zetten. Ik vind dat een gemiste kans. Waarom? Los van wat de minister wel of niet gaat doen, ontstaan er in mijn beleving juist nu een aantal mooie ‘haakjes’ om structurele vernieuwing van de brandweerzorg in iedere regio echt als thema te agenderen én op te pakken (taakdifferentiatie is immers primair een werkgeversverantwoordelijkheid van de regio’s zelf). Waarom? Een aantal redenen:

  1. Bestuurlijk draagvlak. Het bestuurlijke (besluitvormings)proces van de afgelopen maanden heeft ervoor gezorgd dat er op (hoog) bestuurlijk niveau commitment is op verandering. Hoe deze verandering voor het taakdifferentiatie dossier eruit komt te zien, zal de komende maanden steeds duidelijker worden. Maar dát er beweging nodig is, daar zijn steeds meer bestuurders – zowel nationaal, regionaal als lokaal – de afgelopen tijd van overtuigd geraakt. Alleen op die manier kan de hoge kwaliteit brandweerzorg die we in Nederland hebben, richting de toekomst behouden blijven. Dit bestuurlijke draagvlak is enerzijds nodig om als veiligheidsregio’s gelden te generen om vernieuwing en innovatie aan te jagen. Anderzijds is bestuurlijk back-up nodig als niet iedereen in de organisatie enthousiast wordt van de vernieuwingsdrang. Laatstgenoemde gaat zeker spelen als lastige thema’s zoals verplaatsing van materieel en anders omgaan met huisvesting op tafel komen.

  2. Veranderbereidheid van binnenuit. De eerder genoemde uitvraag in de regio’s toont aan dat er inmiddels bereidheid is om de inrichting van repressieve brandweerzorg kritisch onder de loep te nemen en te kijken hoe dit ook anders kan. Persoonlijk kijk ik ook zo naar de alternatieve oplossingsrichtingen die de afgelopen weken in het taakdifferentiatie debat zijn gepresenteerd. Er zijn genoeg ideeën van binnenuit om stappen te maken. Dat voor veel regio’s de regionalisering inmiddels een aantal jaren achter de rug is, draagt daar in mijn beleving ook aan bij: de uitdagingen die nu voorliggen wegen inmiddels zwaarder dan de gevoeligheden van toen. Ik zie dat bijvoorbeeld terug in de bereidheid om over de grenzen van de regio op zoek te gaan hoe lastige dossiers in gezamenlijkheid kunnen worden opgepakt.

  3. Momentum en integraliteit. Zoals benoemd spelen er naast taakdifferentiatie ook een aantal andere complexe dossiers, die vragen om een integrale en toekomstgerichte benadering. Deze dossiers kunnen veelal niet wachten. Denk hierbij onder andere aan tweede loopbaanbeleid, werving en paraatheid en Wnra. Mogelijkheid die zich nu aandient is om oplossingsrichtingen te ontwikkelen waarmee meerdere dossiers echt een stap verder komen, met als voordelen: sneller resultaten en minder (lang) groeipijn.

Verantwoordelijkheid nemen

In het volgende deel van deze blogserie ga ik in op de vraag welke taakgebieden vooral ‘geraakt’ gaan worden door taakdifferentiatie. Een tipje van de sluier: dat is zeker niet alleen op het gebied van repressie… Daarnaast geef ik een voorzet hoe je hier als veiligheidsregio op kunt anticiperen.

Over Jan Kees

Jan Kees is als organisatieadviseur van Advante inmiddels ruim 12 jaar betrokken bij allerlei verandervraagstukken, voornamelijk in het veiligheidsregio- en brandweer domein. Hij doet dat met veel energie, nieuwsgierigheid en overtuigingskracht. Sinds 2019 combineert hij de rol van organisatieadviseur met het leiding geven aan het team van adviseurs van Advante.

Neem contact op met Jan Kees

Meer over taakdifferentiatie? Lees dan de andere blogs:

« Terug

Scroll naar boven